De meeste wijnen die Wijnen van ’t Fort importeert zijn afkomstig van biologisch werkende wijnboeren. Onderstaand geven we een korte toelichting op hun werkwijze.
Geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen
Biologische druiven worden geteeld zonder gebruik van kunstmest en chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen. Het doel is om gezonde, sterke planten te ontwikkelen die diep wortelen en tegen een stootje kunnen. De wijngaard wordt continu geobserveerd om eventuele ziektes te voorkomen of vroegtijdig op een natuurvriendelijke manier te bestrijden. Onkruid wordt met de hand gewied of mechanisch omgeploegd. Deze aanpak levert een flinke hoeveelheid extra werk op, want de wijngaard preventief platspuiten is veel gemakkelijker.

Links de biologische wijngaard van Gérard en Christine Villet in de Jura, rechts de platgespoten wijngaard van hun buurman (deze foto is niet getruct).
Keurmerk voor biologische teelt
De biologische werkwijze wordt gecontroleerd door organisaties die door de overheid van het betreffende land zijn aangewezen. In Frankrijk is dat onder andere Ecocert, in Spanje Sohiscert, in Italië Aiab en in Nederland Skal. Deze organisaties zien er nauwkeurig op toe dat de teelt van druiven op de voorgeschreven, verantwoorde manier verloopt. Is dat minimaal drie achtereenvolgende jaren het geval, dan volgt certificering en mag de wijn worden voorzien van een keurmerk. De controle blijft overigens gewoon doorgaan. Het keurmerk geeft de consument de garantie dat de druiven worden verbouwd volgens de strenge eisen van de biologische landbouw.
Richtlijnen voor biologisch wijnmaken
Merkwaardig genoeg bestaat biologische wijn officieel niet; eigenlijk is het ‘wijn gemaakt van biologisch verbouwde druiven’. Het werk in de wijnkelder hoeft volgens de Europese wet namelijk nog steeds niet aan officiële biologische normen te voldoen, ondanks herhaaldelijk aandringen van de controlerende organisaties. De meeste van deze organisaties hebben daarom zelf richtlijnen opgesteld waaraan wijnboeren tijdens het wijnmaken moeten voldoen. Deze richtlijnen schrijven voor dat er aanmerkelijk minder toevoegingen en conserveringsmiddelen mogen worden gebruikt dan in de gangbare wijnbouw. Zo mag voor de houdbaarheid slechts zeer gering sulfiet worden toegevoegd, ruim onder de officiële norm voor gangbare wijn.
Biologische wijn kan lekkerder zijn
Biologisch verbouwde druiven zijn over het algemeen gezonder en smakelijker dan gangbare druiven. Potentieel leveren biologische druiven dus ook lekkerder wijn op. Om dit resultaat te bereiken, moet de wijnboer echter wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Hij mag niet teveel trossen aan zijn planten laten groeien en pas gaan plukken als de druiven echt goed rijp zijn. Bovendien moet hij een goede wijnmaker zijn, zodat hij de kwaliteit van de oogst niet verprutst in de wijnkelder. Maar dit laatste geldt natuurlijk voor alle wijnboeren, of ze nu gangbaar of biologisch werken.

Links de biologische wijngaard van Odile en Daniëlle Weber in de Elzas, rechts.......